ANTI-Social Media

5 05 2010

Het is goed mogelijk dat je er al van hebt gehoord… Zo niet, laat mij je dan kennis maken met een intressant social media initiatief genaamd: Unvarnished. Ook wel bekend als “personal brandings biggest threat”. Unvarnished laat anonieme participanten hun mening posten over jou. Slecht nieuws? Zeker!

Het gaat als volgt in zijn werk. U kunt op de website www.getunvarnished.com straks andere beoordelen hun proffesionele performance. Een goede manier om een andere te helpen met relevante feedback, althans, zo zegt de organisatie zelf. Vooralsnog, zie ik nog geen toegevoegde waarde boven een rechtstreeks mailtje, of, wanneer je er meer gehoor aan wil geven, de “recommend-functie” van LinkedIn. Het geven van deze feedback gebeurt anoniem. Er worden verschillende tools aangereikt die u helpen bij het formuleren van uw oordeel. Zo kunt op een puntschaal de andere beoordelen op skill, relationships, productivity en integrity. Degene die wordt beoordeeld op de website kan op de hoogte worden gesteld van zijn beoordelingen, als hij wil weten wat andere over hem zeggen, zal hij zijn profiel, dat dus door andere is opgezet en ingevuld, moeten claimen. Dit geeft hem direct de gelegenheid om zijn profiel aan te kleden met een CV, maar ook kan hij reageren op de anonieme beoordelingen op zijn profiel. Vooralsnog is de site alleen voor genodigde in de lucht, maar de verwachting is dat Unvarnished binnen enkele maanden volledig operantioneel is.

Zakelijk cyberpesten
Personal branding was tot nog toe echte branding. Je kon jouw cv en werkzaamheden enigszins framen, op zo’n manier inkleden dat het intressant is voor degene die het gaan lezen. En eigenlijk is dat ook helemaal niet erg, want je weet dat jouw concurenten het ook doen. Maar niet langer ben je zo groot als jezelf voor doet, tenminste als het aan Unvarnished ligt. Daar waar bedrijven al veel langer aan dergelijke peer-to-peer beoordelingen onderhevig waren, zijn we nu zelf aan de beurt. Bij bedrijven vond iedereen het fantastisch. Een soort karma-systeem, als je goed beoordeeld wil worden moet je zorgen dat je goed bent. Nu het persoonlijk wordt gaan we achter onze oren krabben. Met name het feit dat reacties anoniem kunnen worden gepost en na plaatsing NIET meer verwijderd kunnen worden, wekt enige verontrusting. Unvarnished brengt cyberpesten naar de zakelijke wereld. Het is natuurlijk erg makkelijk om even een slechte beoordeling op het profiel van de concurent achter te laten, dat hij nooit zijn afspraken na komt, of dat toevallig na zijn laatste bezoek al het Chinese pocelein was verdwenen, terwijl dat niet waar is.

Subjectiviteit ontoetsbaar
De bezoeker, klant of collega geeft zijn mening over jou. Niets mis mee natuurlijk, maar een feit blijft dat een mening subjectief is. Een beoordeling op zichzelf mist context, kan gebasserd zijn op foutieve waarneming, of kan simpelweg berusten op een misverstand.
Umair Hague geeft op zijn blog een mooi voorbeeld. Stelt u zich voor dat iemand op Unvarnished Steve Jobs beoordeeld. Dan is het mogelijk dat ht volgende wordt geschreven.

“Obsessive, megalomaniacal, abusive, control freak. Responsible for screwing up a major product that nearly led to the collapse of a major Silicon Valley company”.

Buitende de subjectieve argumenten kan dit op zichzelf wel waar zijn. Echter geeft het zeker niet een volledig beeld. Het feit dat Steve Jobs Apple groot heeft gemaakt na er in een garage mee te zijn begonnen, wordt niet verteld. Alhoewel de beoordeling feitelijk niets onrechtmatigs zegt, zou je als derden niet het idee krijgen dat je te maken hebt met een van ’s werelds meest getalenteerde CEO’s.
Hoe dan ook, over een tijdje is het jachtseizoen geopend voor iedereen die minder blij met je is. Goed moment om dus nog even schoon schip te maken met iedereen. Soort karma 2.0.





‘Gratis’ als groeistrategie

5 05 2010

Nederlanders zijn gek op gratis: niets nieuws, gratis producten en monsters weggeven ter promotie: niets nieuws, gratis als spil van je business model: ‘slik’, dat is even schrikken. Althans dat is wat veel bedrijven zullen denken. Steeds vaker hoor je het om je heen: “gratis is een business model”, maar wat wordt daar nou eigenlijk mee bedoeld? Hoe is het ontstaan en hoe ga je er mee om?

Al jaren geven bedrijven gratis producten weg. Zodoende willen ze de consument kennis laten maken met hun product of vraag scheppen voor andere producten uit hun assortiment. Deze manier van promotie zou je met recht de “Gilette-strategie” mogen noemen. Want toen meneer Gilette het idee kreeg voor het wegwerp scheermesje, kreeg hij dit aan de straatstenen niet kwijt. Mensen moesten er niets van hebben. Alle mogelijke manier van promotie passeerde de revu. Op enig moment begon hij de scheermesjes zelfs weg te geven: aan soldaten die op missie gingen, bij een zak marsmellows of een pak thee. Hij merkte dat deze strategie werkte. En sinds dien is het een geaccepteerde manier van marketing bedrijven. Sampling is vaak een geringe investering met een tamelijk stabiel ROI. Maar de globalisering en digitalisering van laatste jaren heeft een beweging op gang geholpen, die het woord “gratis” heeft verheven tot een economische mijlpaal. Freeconomics, is een term die moet aanduiden wat de rol van “gratis” wordt in het komend tijdperk. Door alle ontwikkelingen van de laatste jaren kun je bij Hans Textiel een trui kopen die minder kost dan het ritje naar het centrum, kun je een jaar lang je gezin voeden van één bezoekje aan de huishoudbeurs en ruik je altijd lekker door de parfummonsters die je krijgt bij tijdschriften, krulspelden en shampooflacons. Maar dit is slechts het begin. Geld verdien je in de toekomst namelijk niet meer via de voordeur, maar via de zij- en/of achteringang.

Beter niets dan weinig
Pardon?? Josh Kopelman legt het als volgt uit in zijn theorie “the penny gap” de meeste ondernemers gaan ervan uit dat er een lineair verband bestaat tussen kosten en vraag. Dus naarmate je de prijs verlaagt, neemt de vraag toe. Dit geldt echter maar tot een bepaald punt, namelijk tot het punt “van gratis naar iets”. De drempel van helemaal niets tot (weinig) betalen is veel groter dan simpelweg minder betalen. Dit verschil noemt hij de “Penny gap”. Door de constante technologische ontwikkelingen, digitalisering en globalisering wordt productie goedkoper. Het drijft de marges dusdanig dicht naar het nulpunt, dat het op een gegeven moment verstandiger is het product gratis weg te geven.

Gratis als businessmodel
Als ‘gratis’ het nieuwe business model is, dan moet er ook wat mee te verdienen zijn. Dat is ook zo. Een goed voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de krantenindustrie. Toen de uitgevers door de ontwikkelingen op het internet de afzetcijfers en advertentie inkomsten zagen dalen, gingen zij zich massaal oriënteren op de online mogelijkheden. Met name in de begintijd zag je veel content afschermt worden. Tegen betaling kon je deze content lezen. Dit was niet bijster succesvol en zeker geen vervanging van de gederfde inkomsten van de papieren varriant. Op enig moment besloten ze dan ook de betaalstructuur op te heffen. Een exponentiële groei in traffic als gevolg. Opeens werden de online advertentie inkomsten interessant. “Gratis” hielp de online krant groeien, doordat zij hun focus in het verdienmodel wisten te verleggen van hun hoofdactiviteit (het verkopen van content) naar een nevenactiviteit (het verkopen van advertenties). De Gilette-strategie, zoals we hem kennen, ligt in het verlengde hiervan. De consument lokken naar de mogelijkheden voor cross-sell en upsell. Deze kennen we toegepast in het flesje wijn van het ‘huis’, tot aan een gratis domeinnaam (maar dan met een duur hostingspakket). Veel moeilijker wordt het als er geen mogelijkheden zijn tot kruisbestuiving. Een bekend model dat dan dienst doet is het “Freemium-model”. Dit zie je veel terug binnen website concepten en draait op de 1/99-regel. 1% van de consumenten maakt het mogelijk dat de overige 99% gratis gebruik kunnen maken van een dienst. Denk aan gold-memberships en premium users. Een andere strategie is die van no-cure/no-pay. Pas betalen als het de gebruiker wat oplevert. CPM, CPC en Amazon’s pay per transaction zijn hier goede voorbeelden van.

Wat nu?
Creativiteit, flexibiliteit en adoptievermogen, dat zijn de sleutelwoorden voor succes in de toekomst. Als bedrijf moet je eigen business opnieuw uitvinden en herdefiniëren. RyanAir merkte dat de marges op een vliegreis zo dicht tegen het nulpunt kwamen te liggen, dat ze besloten het gratis weg te geven. Ze herdefinieerde hun activiteit en realiseerde zich dat ze reizen verkochten, de vliegreis is daar slechts onderdeel van. Hun geld verdienen ze met reisbureauachtige activiteiten daar omheen. (over een tijdje krijgen we zelfs betaald voor een vliegreis mits we instemmen met een reclame-indoctrinatie tijdens de vlucht waar Carlo en Irene van achterover slaan). Verzetten kan niet meer. Bedrijven moeten mee, innoveren, pionieren. De Freeconomics maakt weer ondernemers van ondernemers. “Gratis” betekend voor hen terug naar de zolderkamer, en in het licht van het bureaulampje tot diep in de nacht werken aan je businessplan.

Het businessplan van de toekomst
Hoe moet zo’n businessplan er dan uitzien? Alexander Oswald maakte hier een mooie presentatie over (zie hieronder). Hij zet zijn methode uiteen in het Business Model Canvas. Hij onderscheidt vier gebieden: Hoe, Wat, Wie en Kosten/Opbrengsten. Verdeeld over deze vier gebieden benoemt hij negen bouwstenen. Door simpelweg de aangegeven aandachtsgebieden naar eigen situatie te benoemen, wordt inzichtelijk waar kansen en bedreigingen liggen. Het helpt je bij het businessplan van de toekomst. Een designers mindset is volgens Alexander essentieel: “You have to co-create, prototype, visualize and tell a story to succeed”.

Ik denk dat hij met deze presentatie goed laat zien waar veel marketeers zich mee bezig zullen moeten gaan houden in het komende decennium. Marketing gaat weer strategischer worden, het gaat belangrijker worden. Merken moeten zich opnieuw ontwikkelen en bedrijven moet hun markt opnieuw verkennen. Zoals Marketing Manager van Vrumona, Harry de Haas zei in zijn interview met Joris Heukelom van Blueshots.nl: “Marketing wordt steeds vaker gezien als marketingcommunicatie, maar marketing moet veel vaker de lead nemen in strategische keuzes over waar het merk en bedrijf heen moet gaan. Marketeers moeten zich niet laten weg drukken in de organisatie.” Dat is dan weer een gratis adviesje van Harry’s kant.





Governance 2.0, gooi de deuren open

5 05 2010

Netwerkeconomie
We staan al met één been in een nieuw era. Een tijdperk waarin internet een verschuiving in de machtsverhouding tussen consument en bedrijf heeft geforceerd. In deze netwerkeconomie wordt er afscheid genomen van de autoritaire rol die het bedrijfsleven de laatste decennia kenmerkte. Transparantie wordt afgedwongen en is niet meer dan slechts een ‘license to operate’. Een gesloten bedrijfsvoering, hoge marges, onverantwoorde beloningsstructuren. Er wordt korte metten mee gemaakt. De consument is mondiger geworden en zijn mening meer zichtbaar (blogs/fora). Doe je het fout dan wordt het gezien en besproken. Rondom elk bedrijf is er een continue dialoog gaande.

Bang voor de macht van de consument
Nog veel te vaak negeren bedrijven deze dialoog, in de hoop dat het overwaait. Niet dus. Internet maakt alles zichtbaar. Informatie is met één muisklik toegankelijk. De angst voor de ontwikkelingen van dit internet-tijdperk boezemen veel bedrijven angst in. Zij zien ook dat de consumenten aan macht winnen en dat zij hun machtspositie kunnen gebruiken om veranderingen binnen een bedrijf te forceren. Vroeger stond je vaak alleen met je standpunt en maakte je weinig kans op enige vorm van invloed als buitenstaander bij een bedrijf. Met de ontwikkelingen van het internet vind je snel en gemakkelijk een medestander, bondgenoten die jouw standpunt steunen. Als collectief kun je de vuist maken die nodig is om een bedrijf te vormen.

Verandering van mindset
Niet gek dus dat bedrijven bang zijn voor de ontwikkelingen. Dit geldt vooral voor de grote ondernemingen, die omzet zien teruglopen door de opkomst van nichemarkten (markten die wederom hun bestaan te danken hebben aan de opkomst van het internet). Die zien dat hun marketingbudget aan effectiviteit inboet door een teruglopende tolerantie tegenover en dalend gebruik van de traditionele media. En die zien dat de klantloyaliteit dalende is, maar niet weten aan welke knop ze moeten draaien.
Klopt, het is niet gek dat deze bedrijven bang zijn. Zij zitten vast in een traditionele manier van denken. Die manier van denken kan hun doodvonnis betekenen. Willen zij weer zwarte cijfers gaan produceren, moeten zij hun mindset drastisch veranderen. Ze moeten de klant tot bondgenoot maken. Ze moet al hun deuren open gooien, maar ook naar buiten kijken. “Oké, we hebben geconstateerd dat er over ons gesproken wordt, waar kunnen we aanschuiven en deelnemen aan het gesprek”. Zorg dat je altijd onderdeel bent van de dialoog, of nog beter: zorg dat je faciliteert in de dialoog. Niet regisseren, maar oprecht luisteren. Maak eens een inschatting van al het geld dat je jaarlijks besteedt aan consumentonderzoek. Je krijgt altijd maar een deel van de waarheid te horen, gemiddelde uitslagen en sociaal wenselijke antwoorden. Terwijl je het gewoon kunt vragen: wat kan er beter, waar knelt het, wat zijn jullie ideeën daarover? Er ligt een bron van onuitputtelijke informatie voor elk bedrijf. Je hoeft alleen het hek los te maken dat je ervan afscheidt. Denk bijvoorbeeld aan Ideastorm van Dell. Zij hebben al hun deuren open gegooid voor de (zeer kritische) consument en hem gevraagd wat er beter kan en waar zij bij de ontwikkeling van producten op moeten letten. Dit heeft hun een enorm inzicht geboden waarvan het bedrijf nu de vruchten kan plukken. Het platform is zo succesvol, omdat de deelnemers kunnen zien wat er met hun suggesties gebeurt en het geheel niet geregisseerd wordt door Dell. Die faciliteert, luistert, reageert en bedankt enkel.

Rol van social media
In dit nieuwe tijdperk leven we in netwerken, netwerken van individuen. Social media bieden ons de tools om in contact te komen met deze individuen. Op een zeer laagdrempelige manier kan er bijvoorbeeld door middel van Twitter, Linkedin, Youtube en de diverse fora worden geëxperimenteerd met het aangaan van de dialoog. Op den duur zullen deze middelen de voornaamste voelsprieten van de organisatie worden. Signalen blijven niet meer hangen in de markt, ze komen regelrecht naar het bedrijf toe. Als bedrijf krijg je de ruimte om je te verklaren en te anticiperen (!).

Bang om hulp te vragen?
Wees niet bang om hulp te vragen. Het is namelijk geen teken van zwakte of onwetendheid. Je laat enkel zien belang te hechten aan de mening van de klant. Het laat zien dat je hem serieus neemt en dat je open staat om jezelf ten goede van de klant te ontwikkelen. Dat lijkt me in een tijd van teruglopend consumentenvertrouwen geen verkeerde boodschap.

Tip: WWGD
Het boek: What Would Google Do? van Jeff Jarvis is een absolute aanrader (kijk ook eens op zijn blog). Op een bijzonder laagdrempelige manier zet hij uiteen wat wij van het snelst groeiende bedrijf ter wereld (Google) kunnen leren. Zo heeft Google een groot deel van haar succes te danken aan het feit dat zij haar producten veelal gratis aanbiedt, in beta, zodat het publiek kan komen met suggesties tot verbetering. Google zet haar producten niet vast met licenties, maar probeert ze zo toegankelijk en bruikbaar mogelijk te maken. De vraag die je jezelf moet stellen om succesvol te zijn in dit tijdperk is: What Would Google Do, zo oppert de schrijver. Het boek is voor veel ondernemers een echte eyeopener, dus: lees het!





De val van de traditionele media

5 05 2010

Media zijn in te delen in eenheden. Eenheden met een bepaalde lengte, een bepaalde vorm, op een bepaald tijdstip, met een bepaald onderwerp en met een bepaald bereik. Afhankelijk van de invulling van deze facetten, gecombineerd met de aanwezige schaarste in aandacht van de consument en ruimte om hier deel van te kunnen nemen, wordt hier een prijs voor vastgesteld. Deze eenheden staan vast. Althans dat was in de media 1.0 situatie het geval.

Massa verliest van micro
Het gaat niet meer zo goed met de traditionele media. Het economisch model van de traditionele media is ziek, stervende zelfs. Niemand kan daar nog wat aan doen.

Het model was gestuurd op vraag en aanbod, zoals elke markt. Maar de aanbodzijde van de advertentiemarkt kon eigen schaarste beheren. Dat is altijd gevaarlijk. Mensen hebben automatisch een afkeer tegen dit soort systemen, ze dienen een te eenzijdig belang. Het systeem heeft zichzelf om zeep geholpen. Omdat er altijd werd gedacht vanuit de aanbieder en niet vanuit de consument (de adverteerder in dit geval). Niet de waarde voor de adverteerder, maar de waarde van de adverteerder stond centraal. Nu de schaarste afneemt, en de effectiviteit van massamedia onder druk staat, kiezen de marketeers massaal voor een online benadering van hun doelgroep.

De online mogelijkheden zijn voornamelijk gebaseerd op een kostenmodel dat een direct verband heeft met de effectiviteit van het gekozen middel (CPC) en daarnaast biedt het de mogelijkheid om uiterst accuraat en specifiek doel te vinden. De ROI is inzichtelijk geworden in bedrijfstak waarin dit buitengewoon lastig was.

Is het dan meteen afgelopen voor de traditionele media, hebben zij het verloren van de micro media? Waarschijnlijk wel. Klein is het nieuwe groot.

Media 2.0: Micro media
Media 2.0 is flexibel. Het effect is niet meer gebaseerd op lineaire formules. De mediaconsumptie fragmenteert zelfs binnen het medium. De content kan namelijk worden ontbundeld, in verschillende delen, op verschillende plaatsen en op verschillende manieren worden geconsumeerd. Media 2.0 heeft de flexibiliteit die het publiek er van verwacht, maar ook wat de adverteerder er van verlangt. Want door deze flexibiliteit kan zijn boodschap breed worden ingezet. Wel tegenover specifieke niches, maar doordat zijn boodschap niet vast staat in plaats, vorm of eenheid, vindt het ook zijn weg naar andere soortgelijke niches. Door waarde toe te voegen aan de content en de vorm vrij te geven, kun je als adverteerder inspelen op verspreiding.

Door deze nieuwe systematiek is relevantie één van de belangrijkste sleutelbegrippen geworden. Internet heeft de markt geïndividualiseerd. Je moet doelgroepen steeds verder segmenteren en de doelgerichtheid van nieuwe media gebruiken om de specifiek doelgroepsegmenten te vinden en verleiden. Dit vraagt bewustwording, maar bovenal klantkennis van organisaties.





Waarom burgerparticipatie 2.0 niet lukt

5 05 2010

Burgerparticiaptie 2.0. Als je zo nu en dan eens met een hippe ambtenaar praat, wil de term nog wel eens vallen. Een utopisch beeld van een wereld waarin burger en overheid zij aan zij gaan wordt u geschetst. Toch lijkt het overheden maar niet te lukken. De capaciteiten gebruiken om burgers te activeren, te mengen in maatschappelijke kwesties, mee te laten denken over overheidsdilemma’s en samen met de overheid te bouwen een leefbaardere gemeente. Waarom niet?

Natuurlijk generaliseer ik als ik zeg dat het overheden maar niet lukt om de mogelijkheden van nieuwe media te gebruiken om de burger te activeren tot participatie. Her en der zijn er verschillende goede (ook veel slechte trouwens) initiatieven te ontdekken. De één succesvoller dan de ander. Maar op grote schaal is er voor de overheid nog veel te winnen op het vlak van crowdsourching en cocreatie. De belangrijkste reden hiervoor is, mijn inziens, de volgende: de overheid vergeet haar doelen te “deinstitutionaliseren”. En aangezien dat nog geen Nederlands woord is, zie ik mij genoodzaakt dit toe te lichten.

Burgerparticipatie 2.0 gaat over één ding, namelijk de burger betrekken bij overheidszaken. Dan zie jezelf met een tweetal punten geconfronteerd.
1- Kan en wil de overheid de burger wel echt volledig betrekken bij overheidszaken?
2- Kan en wil de burger wel betrokken worden bij overheidszaken?
Dat lijken gemakkelijke vragen, maar toch schuilt hierin de essentie voor het slagen van goede burgerparticipatie.

Kan en wil de overheid de burger wel echt volledig betrekken bij overheidszaken?
de keuze voor massale burgerparticipatie naar de mogelijkheden die nieuwe media biedt, moet berusten op een viertal pijlers, namelijk:
1- Verbinding
2- Informatie
3- Invloed
4- Authenticiteit
Deze vier pijlers kunt u zien als de inbreng van de overheid in de relatie die zij willen aangaan met de burger.
De overheid moet er voor zorgen dat zij bereikbaar is, maar dan wel op de momenten dat dit relevant is voor de burger. Daarnaast moet zij alle informatie prijsgeven die nodig is voor een waardevolle inbreng van de burger. Dat betekend dus niet proberen zoveel mogelijk te krijgen, met zo min mogelijk te geven. Ambtenaren werken ook niet met halve dossiers. Er is een relatie te leggen tussen de mate van transparantie en betrokkenheid. Die les hebben we in het bedrijfsleven al kunnen leren. Ook moet de burger het idee hebben dat wat hij zegt, gehoord wordt en dat er daadwerkelijk wat mee wordt gedaan. Wederom kan transparantie hierin een belangrijke rol vervullen. Een beperking van elk bovenstaand punt kan effect hebben op de mate van waarin authenticiteit wordt ervaren. Een schending hiervan is een directe dealbreaker in veel gevallen.

Kan en wil de burger worden betrokken bij overheidszaken?
Voor het beantwoorden van deze vraag kunnen we teruggrijpen naar het bekende Elebaration Likelihood Model van Petty & Cacioppo en dan met name het destillaat van Theo Poisz die dit vertaalde naar het Triade model.
De bijdrage van de burger is afhankelijk van drie punten, namelijk:
1- Capaciteit
2- Gelegenheid
3- Motivatie
Op de eerste twee pijlers is gemakkelijk te anticiperen met bijvoorbeeld mediakeuze, maar ook communicatiemoment. De ervaring leert ons in ieder geval dat er genoeg initiatieven zijn te verzinnen die grootschalige adoptie kunnen verwachten bij de burger. Enerzijds zijn de mogelijkheden van nieuwe media (zogenoemd: de inforationele infrastructuur) rijp om platform te geven aan het realiseren van de overheidsdoelen, anderzijds is het vertrouwen en de adoptiecurve met betrekking tot bijvoorbeeld het internet gebruik dusdanig dat hier op grote schaal gebruik van kan worden gemaakt.
Punt 3: “Motivatie” is in fundament moeilijker. Het betreft hier namelijk de persoonlijke drive van het individu om en bijdrage (lees: inspanning) te leveren. Een bijdrage te leveren aan een doel, anders dan zijn persoonlijke. En dat is nu precies waar de crux zit. Men gaat nou eenmaal geen inspanning leveren aan andermans doelen. Nu zie ik u denken: hoe vertaal je dit dan naar bijvoorbeeld vrijwilligers die verstandelijk gehandicapten helpen, of een school in Armenië gaan bouwen? Feit is dat deze mensen niet bezig zijn het doel van een ander te verwezenlijken, ze verwezenlijken een eigen doel, bijvoorbeeld: “iets doen voor de maatschappij, of ervoor zorgen dat ik iets doe waar anderen trots op zijn”. Het te bouwen schooltje in Armenië is slechts het middel om dit doel te verwezenlijken. Als iemand je iets vraagt ga je altijd (bewust of onbewust) op zoek naar jouw innerlijke doel waaraan je dit kunt linken. Er zijn hier verschillende psychologische opvattingen over, maar ondanks dat ik een positief mens ben, denk ik toch dat de mens in den beginnen egoïstisch is en er naar streeft eigen doelen te verwezenlijken (hoe goed deze doelen ook kunnen zijn). Het is dus zaak om het doel dat je hebt als overheid, ook het doel van de burger te maken. Dit is wat ik bedoel met het deïnstitutionaliseren van het doel.

Institutionaliseren
Als je een groep mensen bij elkaar brengt om een specifiek doel te bereiken, wordt dit doel geïnstitutionaliseerd. Namelijk: er wordt een organisatie om heen verzonnen die ervoor zorgt dat deze mensen een dak boven hun hoofd hebben, een pc’tje hebben waarachter ze kunnen werken, een auto hebben om bij hun werkplek te komen. Ze krijgen een salaris dat hun in staat stelt tijd in het doel te steken, er wordt iemand aangenomen die ervoor zorgt dat dit salaris op de juiste tijd en op het juiste rekeningnummer wordt gestort etc. Zo ontstaat een institutie, een organisatie. Iedereen binnen deze organisatie is nu blij, want zij kunnen aan het doel werken en daarmee ook andere doelen in het leven realiseren, zoals een eigen huis, studie voor de kinderen en elke dag warm eten op tafel. Maar van maatschappelijke spreiding is uiteraard geen sprake. Het doel wordt immers beperkt tot binnen de vier muren van de organisatie. Mensen buiten deze organisatie maken zich ook niet meer druk over het doel dat de organisatie nastreeft. Zij weten immers dat er een groep is die zich hier continu mee bezig houdt. Wanneer het doel niet zal worden behaalt zijn de werknemers van de organisatie degene die hier op aangesproken zullen worden door de omgeving. Logisch tot zover.
Maar nu wil de organisatie dat haar omgeving gaat meehelpen hun doel te verwezenlijken. Het proces als hierboven beschreven moet dus ongedaan worden gemaakt, het doel moet uit de organisatie worden gehaald, althans het moet niet meer de beperking van de organisatie hebben. De organisatie moet zich nu gaan toeleggen op het optimaal faciliteren van haar omgeving in het bereiken van dit doel. Dus eigenlijk spreek je niet van deinstitutionaliseren, maar van reinstitutionaliseren. Je schept namelijk een facilitierende omgeving, waarbinnen de burgers de gewenste doelen kunnen verwezenlijken, of daar een bijdrage aan kunnen leveren.

Stimulerend medialandschap
Het medialandschap en de manier waarop de burger zich hierbinnen manifesteert, is de laatste tijd een enorme ontwikkeling onderhevig geweest. Een belangrijke ontwikkeling hierin is de toegankelijkheid van informatie, alles is zichtbaar. Daarnaast vervult het web een steeds sterkere sociale functie. Mensen weten elkaar te vinden en hechten steeds meer waarde aan elkaars mening, maar zijn ook in staat met elkaar aan iets te bouwen. Denk bijvoorbeeld aan Wikipedia. De toegang tot kennis, tot de wisdom of crowd en de toegankelijkheid van het individu zorgen er gezamenlijk voor dat het steeds beter mogelijk wordt om een participatief interactief besluitvormingsmodel op een massale en representatieve schaal te implementeren.

Social responsibility
Wanneer je de burger succesvol deelgenoot van de overheidsdoelen weet temaken, kunnen er prachtige dingen ontstaan. Je krijgt niet alleen te maken met een verhoogd maatschappelijk draagvlak, maar ook ontstaat er een ver ontwikkeld gevoel van verantwoordelijkheid richting het behalen van deze doelen.
Stelt u zich bijvoorbeeld het volgende voor. De gemeente besluit al het energieverbruik van de huishoudens openbaar te maken. Je zult dus kunnen zien hoeveel uw buurman verbruikt en omgekeert. Wanneer het collectieve doel is om minder energie te verbruiken en uw buurman doet het tegenovergestelde, zult u hem hierop aan spreken. Zijn gedrag dwarsboomt immers de doelen die we allemaal willen bereiken, hij zit uw persoonlijk succes in de weg. Dit creëert een enorme stimulans voor gewenst gedrag, omdat je de determinant “sociale druk” vergroot. En wij weten allemaal dat dit vele malen effectiever is dan een reclame spotje, waarin je wordt opgeroepen om in het donker met tweedehands regenwater de vuile vaat af te wassen.

De burger centraal
In een dergelijk interactief model wordt de burger centraal gesteld, hij krijgt een stem en is zelf verantwoordelijk deze te gebruiken of niet. Wanneer er bijvoorbeeld een kunstwerk, of een nieuw voetbalveldje moet worden geplaatst, kun je de burgers zelf laten beslissen waar deze moet komen. Bij het uit handen geven van de verantwoordelijkheid, krijg je een compromis waarin de betrokkenen zich kunnen vinden. Op basis van argumenten komen verschillende lagen van de maatschappij met elkaar in dialoog. Er zijn verschillende voorbeelden te noemen waarin een dergelijke constructie zijn vruchten afwerpt. Denk bijvoorbeeld aan www.wijbouweneenwijk.nl.
Echter, het is belangrijk dat zaken vanuit een neutrale positie worden benaderd, zonder enige politieke kleur of voorkeurssuggestie. Hiermee voorkom je dat je bepaalde groepen afstoot, daar waar je anderen juist extra aantrekt. Dat is het laatste wat je wil, want het beste resultaat komt uit een gewogen oordeel. Een proces waarbij zowel voordelen als nadelen zijn beschouwd, waar meerdere lagen van de samenleving in hebben geparticipeerd. Dat is waarom Wikipedia zo goed werkt en bijvoorbeeld het interactieve model van Trots op Nederland zo slecht.

Hulp bij mobilisatie
Het politiek bewustzijn en maatschappelijk draagvlak kan als een olievlek uitbreiden, wanneer de overheid haar burgers helpt zich te mobiliseren bij het verwezenlijken van hun doel. Laat hen bijvoobeeld campagne voeren voor hun eigen specifieke politieke belangen of aandachtsgebieden binnen hun sociale netwerken. Geef hun bijvoorbeeld een tool waarmee zij binnen Hyves mensen kunnen oproepen om bijvoorbeeld tegen de komst van een nieuwe snelweg te stemmen etc. Hiermee zullen zij weer nieuwe groepen activeren en bij de politiek betrekken.

Overheid 2.0 is niet alleen luisteren, maar is bovenal faciliteren!

Ook te lezen op: http://www.molblog.nl/bericht/waarom-burgerparticipatie-2.0-niet-lukt/





Ipad: het begin van een nieuw tijdperk

5 05 2010

Het is zover, sinds 1 april is die eindelijk op de markt: de iPad. Een happy few Nederlandse innovators heeft ‘m al weten te bemachtigen. De rest moet het tot dit najaar (wanneer de iPad waarschijnlijk in Nederland uitkomt) nog even doen met de recensies en tweedehands info.
Maar wat gaat deze grootschalige introductie van de tablet nu betekenen voor de uitgeversmarkt? Welke mogelijkheden maakt het vrij voor de manier waarop bladen worden vormgegeven, de manier van schrijven en de manier waarop wordt geadverteerd? Hier een overzicht.

Grafisch
De vorm waarop magazines en kranten tot de lezer komen zal nooit meer hetzelfde zijn. Een magazine is niet meer een platte weergave van tekst, aangekleed met wat beeld en (typo)grafische elementen. Achter een magazine gaat een wereld van audio, video en interactiviteit schuil. Dat geld niet alleen voor magazines die worden uitgegeven voor de iPad. Ook de print-bladen zullen hierin mee moeten (later meer hierover). Wat betreft de vormgeving voor de tablets: een magazine wordt meer dan ooit een beleving. Veel gebruik van beeld en animatie. Vooral dat laatste zorgt ervoor dat de visuele beleving van een magazine veel intenser wordt. Dit geeft ook de adverteerders de kans om met veel meer impact te adverteren.
Tekstblokken hoeven niet direct in de interface geplaatst te worden, maar kunnen worden verscholen achter een button. Zodoende kun je veel meer gebruik maken van aansprekend beeldmateriaal om de aandacht voor een artikel te trekken. De tekstblokken zijn vaak veel minder verspreid over de pagina’s, dat hoeft ook niet, omdat je nu naar benden kunt schrijven. De lezer scrolt gewoon al lezend mee.

Ook al heb je nog geen iPad, je kunt toch al wat proeven van de ervaring. Kijk bijvoorbeeld eens naar dit magazine van National Geographic. Moet je wel even een account aan maken.

Nu de iPad op de markt is, kunnen we eindelijk zien hoe dit alles er dan daadwerkelijk uit gaat zien, maar ook is goed te zien waar de uitgevers nog moeite mee hebben. De samenhang tussen de verschillende weergaves van een de iPad (standard of landscape) bijvoorbeeld. De weergaves zouden dusdanig ingevuld moeten worden, dat zij optimaal gebruik maken van de functionele voordelen. Bijvoorbeeld: beter leesbare content in de standaard weergave en een landscape weergave die met name is ingericht op de rich-media toepassingen. Nu zie je nog dat in veel gevallen een magazine met name is ingericht op een specifieke weergave.

Apps
Een belangrijke toevoeging van de iPad ten opzichte van bijvoorbeeld de web-based magazines, zijn de apps. De meeste apps zijn ingericht om de lees-ervaring nog intenser te maken en uit te rusten met nog meer functies. Voorbeelden hiervan zijn Sanoma’s preview voor Autoweek, en de app van The Wallstreet Journal.
Autoweek
Wallstreet Journal

Maar ook komen er verschillende partijen met apps waarbij je bijvoorbeeld je boeken op een alternatieven manier kunt beheren en kopen of in andere reader kunt weergeven. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de apps van Amazon en Barnes & Noble.
Daarnaast zorgt het grote scherm van de iPad voor nieuwe app-mogelijkheden. Zo is het bekijken van video en het spelen van games veel beter. De racegame Asphalt 5 zal de nodige verslaving tot gevolg hebben ben ik bang.

Papier voorbij?
Betekent dit nu dan definitief het einde voor de papieren krant en magazine. Nee, er moet wel wat gaan veranderen, zoveel is duidelijk. Maar, al was het alleen voor de nostalgische waarde of het feit dat je de iPad niet in bad kan lezen waar Jan Mulder in DWDD op duidde, papier verdwijnt de komende tijd nog niet. Al zal het wel verder inkrimpen. Voorlopig moet de iPad zijn succes nog bewijzen en meer dan alleen de innovators bereiken. Pas als de iPad (of andere handhelds) een algemeen geaccepteerd product is en de waarde wordt erkend door bredere groep mensen dan nu het geval is, zullen zij kunnen uitgroeien tot een reële bedreiging voor de printmedia.
Feit is wel dat de iPad standaards verlegt. Het verwent het publiek. Een magazine moet meer dan een magazine zijn. Mensen gaan interactiviteit verwachten, additionele content zoals video en muziek. Met name het gebruik van QR-codes gaat een belangrijke rol krijgen in het (print)magazine van de toekomst. Het gebruik van QR is goedkope manier om de interactiviteit van internet in printmedia te fuseren. Ook voor adverteerders is dit een manier om direct invulling te geven aan hun call-to-action en meer inzicht te krijgen in de actieve respons. Zie hier een voorbeeld van hoe QR gebruikt kan worden in printmedia.

Rol van de uitgever
Met de opmars van e-books gaat de rol van een uitgever drastisch veranderen. Nu veel barrières van het uitgeven wegvallen kan iedereen zelf een magazine in de lucht brengen. Dat schept een enorme overvloed in deze markt. De rol van de uitgever zal veel meer gaan lijken op die van een marketeer. Het wordt veel belangrijker hoe je een boek in de markt zet, dan het hele vervaardigingproces daarvoor. Ook heb je te maken met nieuwe regels, grafische richtlijnen en kansen die benut moeten worden. Hierin is de rol van de uitgever er een die vooral leidend is. Hij moet functioneren als gids.
lees meer over de rol van de uitgever op het bedrijfsblog van Eburon-uitgever Wiebe de Jager.

Wat gaat de iPad betekenen voor de manier waarop wij lezen en informatie tot ons nemen, wat maakt het voor mogelijkheden vrij op de advertentiemarkt, wie worden de grootste concurrenten? Weet jij het? Plaats dit dan in een reactie.





Marketing Pioneers 2010

5 05 2010

Een verslag van Marketing Pioneers 2010. Hét evenement voor innovatieve marketeers. Met dit jaar als thema: Supersize your sales.

Het programma begon wat later dan gepland. Rond één uur liepen de marketeers van uit het hele land langzaam de zaal in. De dag werd voorgezeten door digitale media pionier, Stephan Fellinger.

Pytch PeP talks
Het programma begon met de zogenaamde Pytch PEP talks. Een wedstrijd tussen jonge ondernemers die binnen 6 minuten een pitch moesten geven voor de gehele zaal, waarin zij aangaven waarom nou juist zij aanspraak mochten maken op de 2.500,- euro die Pytch als aanmoedigingsprijs beschikbaar stelde voor de winnaar. De prijs ging uiteindelijk naar Jan-Paul de Beer van het bureau Brandfighters. Ondanks dat Jan-Paul het spits moest afbijten, wist hij met zijn enthousiaste verhaal het publiek te overtuigen. Brandfigters linkt jonge filmmakers met grote bedrijven. Een ultieme integratie van crowd sourching en reclame. Met zijn succescases bij ondermeer Heineken liet hij zien dat het talent van de jonge filmmakers niet onderschat dient te worden en vaak resulteert in creatieve en kwalitatief hoogstaande producties. “Een win-win situatie’’ volgens Jan-Paul.

Rikkert Walbeek: Sales 2.0
Rikkert mocht het stokje van de energieke pitchers overnemen. Hij wist de zaal al snel op scherp te zetten toen hij de relatie tussen de sales- en marketingmensen beschreef. “Salesmensen zijn als superman: ze zorgen voor de omzet, ze zorgen er ondermeer voor dat de salarissen van de marketingmensen betaald kunnen worden. Marketing is meer als fast food: ‘’ het is even leuk, maar een uur later heb je weer honger”. Maar toch was er ook enige zelfkritiek. Rikkert, zelf een sales autoriteit, gaf aan dat het salesvak onvoldoende met de tijd mee was gegaan. “Sales is blijven hangen in 1.0, wij zijn toch nog te vaak die vertegenwoordiger die met twee koffertjes onder de arm bij de klant langs gaat”. Sales 2.0 kan naar zijn menig enkel floreren, wanneer er een goed huwelijk tussen sales en marketing ontstaat. “Echter, jullie (marketing) moet en ons vragen, en als jullie dat doen, beloof ik een fantastisch huwelijksnacht.”

Huib van Bockel: Red Bull
Na de pauze kreeg Huib van Bockel, marketeer van Red Bull, het woord. Opmerkelijk, want zo vaak treedt Red Bull niet naar buiten. Huub gaf zijn visie op marketing en trad daarbij buiten enkel voorbeelden van Red Bull, maar gaf ook aan waar de kracht van merken als Apple en Ben & Jerry lag in zijn filosofie. Hij illustreerde zijn visie aan de hand van de Brand Bank Account. Een simpel balans schema tussen geven en nemen. Hij verteld hoe ze met Red Bull (een low involvement product) toch zorgde voor een emotionele betrokkenheid bij de doelgroep. Namelijk door te geven. Door te kijken waar zij als merk een meerwaarde konden leveren voor de klant.

Leen Zevenberg : Inspirerend ondernemerschap
Leen Zevenberg was de volgende spreker die mocht aan treden. Onder vele bekend, door zijn boek: “En nu laat ik mijn baard staan” . Leen, zelf succesvol ondernemer, gaf een betoog over inspirerend ondernemerschap. Dit deed hij op een dusdanig wervende en enthousiaste manier, dat toen Stephan Fellinger (dagvoorzitter) het podium kwam oplopen om de resterende 4 minuten van Leens tijd te gebruiken voor vragen, de hele zaal massaal aangaf liever nog vier minuten naar het verhaal van Leen te luisteren. Leen sprak over hoe je creativiteit stimuleert binnen een organisatie. hij zette zich hierbij af tegen het traditionele “9 tot 5” mentaliteit. Volgens Leen is iedereen creatief. In ieder geval geweest, als kind. Vervolgens leer je jezelf aan hoe je bepaalde impulsen moet beperken, door opvoeding, wetten en stigma’s. Dit moet je voor een deel ontleren.
Het gegeven dat blije en gepassioneerde medewerkers beter werken dan andere, is volgens Leen een belangrijk om in te zien. Als je dit weet kun je gaan bouwen aan wat hij een “sprankelende” organisaties. Je merkt aan Leen dat hij zelf ook gepassioneerd met zijn werk bezig is, hij neemt iedereen mee in zijn verhaal. De energie spat er vanaf. De zaal nam dan ook met staande ovatie afscheid van Leen.

The Challenge
In het volgende onderdeel namen drie bedrijven de uitdaging aan om een oplossing te formuleren voor 6 prangende dilemma’s waar de moderne marketeer mee wordt geconfronteerd. Zij presenteerden hun aanpak, visie of creatieve invulling. De deelnemende bedrijven waren: Energize, GX en info.nl.
Met name de presentatie van Energize viel op. “We gaan toe naar een wereld zonder reclame”, zo luidde de boodschap. Dat heeft te maken met manier waarop wij nu reclame maken. Dit is gebaseerd op “interuption”, of sterker nog “lastig vallen”. Reclame is gebaseerd op de wet van massa, dat werkt simpelweg niet meer.
Wat we moeten doen is luisteren naar de klant. Pas dan kun je relevant aanwezig zijn voor de klant en op een authentieke wijze participeren.

David Meerman Scott: The new rules of Marketing & PR
Het slotstuk van de dag werd gegeven door David Meerman Scott. De Amerikaanse marketing goeroe liet zien dat de veranderingen in marketing grensoverschrijdend zijn. Dat van Letland tot Kroatië, tot Detroit het medialandschap drastisch aan het veranderen is. Zoals de titel van zijn verhaal al aangaf, zijn met deze veranderingen in het medialandschap ook de regels voor marketing en PR veranderd. Dat betekend overigens niet per definitie dat traditionele media stervende zijn. Het betekend echter dat je op een andere manier met de consument moet omgaan, nieuwe media bieden hier goed de kans voor.
De tijd van “schreeuw-reclame” is voorbij, “You have to earn attention. The way to do that, is to publish. On the web you are what you publish.”
Bedrijven moeten de touwtjes laten vieren, ze moeten dusdanig relevant zijn voor de klant, dat deze als ambassadeur gaat functioneren. “Encourage sharing, Stimulate the word of Mouse”.

Marketing Pioneers 2010, was een succes. Goede sprekers, enthousiaste bezoekers. Complimenten voor de organisatie en de sponsors die het mogelijk hebben gemaakt.
Volgend jaar weer!

Klik hier voor de foto’s
Klik hier voor de compilatievideo





Grooveshark: een nieuwe revolutie in de muziekindustrie?

5 05 2010

Grooveshark, een website waar u streaming muziek kunt luisteren, vindt zijn weg naar Nederland. Ondanks dat Grooveshark onlangs vierde dat het 2.000.000ste account in gebruik werd genomen, geniet het in Nederland nog weinig bekendheid

Grooveshark, ziet u het als een online ITunes waarin u alle mogelijk muziek tot u beschikking heeft. Met Grooveshark zult u nooit meer muziek te hoeven downloaden. U zoekt de muziek op die u wilt horen en plaatst deze in een playlist. Deze kunt u opslaan onder u eigen profiel. En is zodoende altijd en overal te raadplegen via pc of mobiel.

Weerstand
In eerste instantie rijst de flashback naar het Napster-tijdperk. Je bent enerzijds enthousiast over de toepassing, anderzijds heb je toch weer het gevoel dat je de artiest besteelt. Maar dat blijkt niet het geval. Grooveshark zegt de artiesten wel degelijk te belonen voor elke keer dat zij hun nummer draaien. Voor een muziek-grootverbruiker als ikzelf, lijkt dit de ultieme oplossing voor het gebruiken van muziek. De website functioneert als een soort radiostation waarop ik zelf bepaal waar ik naar ga luisteren. Op de website staan wat advertenties, maar dit ergert geen zins. Voor Grooveshark leveren deze voldoende op om de artiest te belonen voor het gebruik van diens muziek. Mijn drempel om nieuwe muziek te luister en uit te proberen is aanzienlijk lager, dan wanneer ik ervoor zou moeten betalen. Logischerwijs vindt Nieuw talent gemakkelijker de weg naar het grote publiek, zoals eerder Myspace en Youtube al bewezen. Een win-win situatie zou je zeggen. Toch bestaat er de nodige weerstand in de muziekindustrie tegenover Grooveshark, zo blijkt ook uit de geformuleerde missie van Grooveshark: “Our goals: To improve the connection between people and music. To change the music industry in ways they seem so unwilling to consider. To have fun.”

Advertising
Als gezegd, de website draait op advertentie inkomsten. De mogelijkheden tot targeting worden gevoed door demografische gegevens, maar ook door muziek voorkeur en luistergedrag.

Distributie
De distributie van Grooveshark vindt ook zijn weg in de social media. Zo hebben zij dit jaar de WordPress plug-in geïntroduceerd, maar ook is er een app voor Facebook en een Tinysong API.
Daarnaast blijft de toepassingen zich in hoog tempo ontwikkelen, Zo kan de Chrome browser worden uitgerust met een overzichtelijke gemakkelijke Grooveshark navigatie. Ook is er een applicatie voor je mobiel, echter deze is nog niet gratis. Daar waar de advertentie-inkomsten de muziek van de webgebruiker compenseren, moet de mobile gebruiker een subscription fee betalen om deze kosten te compenseren, omdat hier geen advertenties kunnen worden getoond.








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.